Het sociologische fenomeen dat we ‘downshifting’ noemen past in de groeiende behoefte aan meer zingeving in het werk. Downshifting is allang niet alleen meer voorbehouden aan mensen die richting hun pensioen gaan. Steeds meer goedbetaalde managers, consultants, ambtenaren, juristen stappen uit de
‘rat race’ en gaan (deeltijd) werken als bakker, fietskoerier, vrachtwagenchauffeur, kapper, lerares. Downshifting past in de behoefte van mensen om een concretere bijdrage te leveren aan de samenleving.
Downshifting betekent dat je bewust een veeleisende, goedbetaalde functie verruilt voor een eenvoudiger, rustiger of zinvolle werk. Ook als dat betekent dat je minder gaat verdienen. Wat meestal het geval is. Hoe sterk deze tendens is, is niet eenvoudig in cijfers uit te drukken. TNO (2023) meldt dat 32% van de werknemers in Nederland zegt overgekwalificeerd te zijn voor het werk dat ze doen.* Zij gingen reeds de psychologische drempel over die veel mensen voelen als ze overwegen te downshiften. Downshifters geven aan dat zij vaker dan voorheen verantwoording moeten afleggen voor de ommezwaai naar praktisch werk dat onder hun opleidingsniveau is.
‘Het moeten verantwoorden’ is één van de nadelen die mensen noemen die een goedbetaalde baan inruilde voor meer voldoening en meer vrijheid. Maar de voordelen overstijgen schijnbaar de
nadelen. Downshifters ervaren vaak ...
- meer vrijheid en meer rust
- meer echt menselijk contact
- meer waardevolle momenten gedurende de dag
- echt een verschil te kunnen maken
- minder stress en meer mentale rust
- meer voldoening in het leven
- meer trots over wat ze doen
- vaker buiten en minder achter een scherm zitten
Al deze voordelen wegen voor een toenemende groep mensen op tegen minder inkomsten en minder maatschappelijke status.
*TNO (2022) Onderzoeksrapport 'Eens een slechte match, altijd een slechte match'